Waarom het altijd aan een ander ligt

Schrijver, dichter en columnist Erik Jan Harmens heeft, net als ik, een naam die het gevaar van een verkeerde spelling al vanaf de eerste dag in zich draagt. Het gaat bij ons allebei geregeld mis. Maar we gaan er verschillend mee om. Daar waar ik m’n schouders ophaal, maakt Erik Jan er volgens zijn column in Trouw “een gevecht van”. En hij verbindt er ook drastische consequenties aan: de opdrachtgever die z’n naam verkeerd spelt, laat ‘ie zitten.

Pennelikkers

Erik Jan Harmens (“Hallo muur”) schrijft een wekelijkse column in dagblad Trouw. In die van zaterdag 28 april schrijft hij hoe hij eigenlijk Erikjan had moeten heten, maar dat de ambtenaar van de burgerlijke stand dat niet toestond (lees het artikel op Blendle). Met dat compromis begon het gedoe al bij zijn vader, schrijft hij. Nu zet hij in diens plaats de strijd voort. Want dat is het geworden: gebeurt het dat Harmens’ naam verkeerd gespeld wordt op een poster of in een programmaboekje, dan blijft hij uit narrigheid thuis.

Ook mijn naam wordt vaak verkeerd gespeld. Maar ik lig er niet wakker van, ik snap het wel. Dat zit in de familie: toen mijn oudoom Jaap Vrakking in 1909 trouwde, schreef de ambtenaar zijn naam met een F. En dat is daarna gewoon zo gebleven, dus zijn er sinds 1909 twee takken in de stamboom: Vrakking en Frakking. Daarom is mijn naam ook wel gespeld als Frakking, of zelfs Vraking of Wrakking. Niks aan de hand, het probleem is maar net zo groot als je het maakt.

Muggen en olifanten

Perceptie = projectie, dat is wat hier speelt. De grondslag voor Harmens is “de angst niet serieus te worden genomen”. Angst is een slechte raadgever, dat geldt hier uiteraard ook. Het is immers maar een gedachte, een aanname, dat de ander je niet serieus neemt. Je kunt net zo goed denken dat de ander zich vergist, of niet goed kan spellen.
Dat is wat ik zelf doe, ik laat wat ruimte. Niet dat me dat beter maakt, of superieur aan Harmens.

Want ook ik heb het moeten leren. Ik leerde door schade en schande dat mijn eigen oordelen me parten speelden. Ik liet anderen nauwelijks ruimte met mijn eeuwige gelijk. Uiteraard: vaak had ik het wel, maar moest ik het ook willen halen? En de gedachten die ik eraan verbond, waren die wel waarheid? Ik leerde mijn beperkende overtuigingen los te laten en kreeg er andere, ruimhartiger voor in de plaats. Ik ruilde mijn betonnen ego in voor een kneedbare versie en kreeg er plezier voor terug.
Dat kan net zo goed voor anderen werken. Zo zijn er veel mensen die zich niet gezien voelen, daarom weinig plezier hebben in hun werk en alleen blijven zitten vanwege het salaris. Niet meer en niet minder.

Plezier houden in samenwerken

Wat een kneedbaar ego daar kan opleveren, beschrijft Godelieve Meeuwissen in haar boek “plezier houden in je werk” (Big Business Publishers, ISBN 97894917575-1-8). Speciaal voor werknemers schreef ze daarin het hoofdstuk “leiding krijgen”. Meeuwissen denkt dat plezier houden in je werk sterk samenhangt met hoe je erin slaagt met je leidinggevende om te gaan. Vaak lukt dat niet en dan blijven mensen mokkend zitten, verzuren. Of ze gaan weg, worden ervaringswijs als het meezit en ontdekken dat de kern van het dan repeterend probleem in henzelf zit. In haar boek geeft ze zeven handvatten om aan de relatie met je leidinggevende actief vorm te geven.

  1. Creëer helderheid over je functie
    Wat wordt je geacht te doen? Wat is de bedoeling van jouw functie? Hoeveel invloed heb je en waarop?
  2. Leer elkaar goed kennen
    Durf je zelf te laten zien, heb oog voor elkaars talenten en kwaliteiten. Maar ken en herken ook elkaars valkuilen.
  3. Wees af en toe gewoon volgzaam
    Soms heb je je eigen gelijk, maar moet je het niet ten koste van alles willen hebben. Ken ook hierin je eigen valkuilen. Blijf loyaal.
  4. Organiseer je eigen vrijheid van werken
    Maak heel heldere afspraken over je te behalen resultaten, maar creëer samen de ruimte die je krijgt hoe daar te komen.
  5. Wissel feedback uit
    Vraag terugkoppeling op je functioneren en geef ook terug hoe je het ervaart om leiding te krijgen.
  6. Leer omgaan met lastige leidinggevenden
    Wees eerlijk in wat je tegenstaat, maar blijf bij jezelf. Realiseer je dat wat je tegenstaat in deze leidinggevende een projectie van jezelf is.
  7. Vraag zo nodig hulp
    Het is lastig om in te zien wat er in een verstoorde relatie van jezelf is en wat van de ander. Vraag zo nodig hulp van een onafhankelijke derde.

Bij jezelf te rade: (zelf-)oordeel

Kortom, je zult zelf aan de bak moeten om de sfeer te verbeteren. Daaraan gaat haast al aan vooraf dat inziet dat je onderdeel bent van het probleem. En dat inzicht zal er bij veel mensen niet snel vanzelf zijn. Want het zijn al gauw net iets zelfstandiger, net iets intelligentere medewerkers die zich volkomen vertillen aan hun oordeel op de omgeving. Dat een ander hun belevingswereld niet deelt, lijkt hen onmogelijk: “Hoe kan mijn leidinggevende, waarvan je verwachten mag dat die capabel is, niet gewoon onder ogen zien hoe het zit?” Dat leidt bijna zonder uitzondering tot de conclusie dat zo’n leidinggevende het niet goed met je voor heeft.

Intern of extern

Meeuwissen besteedt het hele eerste hoofdstuk aan wat misschien wel de pointe van dit boek is: ken jezelf. Naast aandacht voor het vinden van je eigen missie in de korte en lange termijn, legt ze de nadruk op het kennen van je eigen sterke punten en je valkuilen. Dat vraagt reflectie op je eigen functioneren en wie daarin slaagt, hoeft zich eigenlijk door niets meer te laten irriteren.

Hoe dat zit? Er zijn twee versies van “ergeren” in omloop en dat is interessant. Sommigen gebruiken “het ergert mij dat…”, terwijl anderen de alternatieve, juiste vorm hanteren: “ik erger mij aan…”. In het eerste geval is de oorzaak van de ergernis buiten de eigen invloedssfeer gelegd, geëxternaliseerd. Bij de tweede neemt de persoon in kwestie z’n eigen verantwoordelijkheid: je ergeren is een keuze, waarin je al je energie kunt laten weglopen. Of het langs je kunt laten afglijden.

Wees mild

Op een diepere laag gaat achter het oordeel op de ander vaak een zelfoordeel schuil. Dat herkennen en kunnen loslaten is de werkelijke oplossing. Lukt dat, dan kun je de verwachtingen van jezelf loslaten en hangt je zucht naar bevestiging door de ander er niet meer vanaf. Gelukkig is dat te leren. Dan hou je plezier in je werk en in je leven, kun je zelfs glimlachen om een verkeerd gespelde naam.

Recente blogs

Meer weten

Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact met me op voor een vrijblijvend gesprek.
Bel me op 0570 77 56 29.

Dit artikel verscheen ook op managersonline.nl