foto: www.neuland.com

Zo wordt je presentatie niet slaapverwekkend

Al meer dan 35 jaar gaf ik trainingen en workshops. Ik was een PowerPoint adept, wist waar je gratis goede foto’s kon downloaden, maakte zelf filmpjes en integreerde live poll’s. En hoewel mijn autoriteit nooit ter discussie stond, waren mijn toeschouwers steeds moeilijker te boeien. Wanneer ik mijn beamer aanzette, zakten mijn deelnemers in de hangmat-stand. En enthousiaste reacties kreeg ik nog nauwelijks. Toen kreeg ik een gouden tip om het anders te doen. Tegen al mijn verwachtingen in, sloeg dat in als een bom.

Van stift naar stick

De komst van PowerPoint, begin jaren ’90 van de vorige eeuw, maakte dat ik als docent eindelijk af was van die lawaaiige overheadprojector. Ook verraadden vlekken van permanent-markers aan m’n handen niet langer wat voor werk ik deed. Presentaties maken kon vanaf dat moment sneller, goedkoper en efficiënter.
Voor technisch georiënteerde trainingen met bijvoorbeeld foto’s bleek het een uitkomst. Maar voor de overdracht van echte kennis en voor het starten van een discussie was het de dood in de pot.

Statische presentaties

Statische presentaties met veel tekst en bullets werken daar niet meer. Ze zijn te voorspelbaar; ook Prezi, dat wat meer dynamiek laat zien door in- en uit te zoomen, is in wezen niet anders.
Statische presentaties zijn wat de spreekwoordelijke lantaarnpaal is voor de dronkenman: ze geven licht en je kunt je er als presentator aan optrekken. Daarmee zijn ze alleen van nut voor de gemakzuchtige trainer en zitten ze de deelnemer in de weg.

Dynamische verwachtingen

Die laatste heeft vaak een eigen voorkeur om te communiceren: daarmee werken kan elke trainer leren. Een goede presentatie doet dan recht aan de verschillende stijlen waarop mensen informatie opnemen en verwerken ofwel stijlen waarmee ze leren. De drie belangrijkste communicatiestijlen zijn:

  • auditief (horen),
  • visueel (zien) en
  • kinesthetisch (voelen).

En hoewel de westerse cultuur zwaar leunt op visuele aspecten, zou je er als presentator goed aan doen om alle drie de categorieën aan te spreken. Met voldoende afwisseling; te vaak nog leunen we te veel alleen op de kracht van het gesproken woord, waarbij de sheets niet uit de pas mogen lopen. Dan wordt een presentatie een praatje met een plaatje. En dan verbazen wij ons er achteraf over dat het niet gewerkt blijkt te hebben: we hebben dan toch immers alles verteld?

Terug naar de stift

Aanvullend op je verhaal lijken beelden erg goed te werken. Als presentator is het je taak om je publiek actief te laten luisteren, in je voordracht te betrekken.
Toen ik de tip kreeg om mijn PowerPoint’s achterwege te laten en in plaats daarvan weer flipover-vellen te gaan gebruiken, moest ik wel iets overwinnen… Terug naar de stift?

Ik besloot bij wijze van proef één les om te zetten van stick naar stift en was verrast door de resultaten. Deelnemers gaven zelf aan dat het lang geleden was dat ze zó in de lessen getrokken waren. Bovendien waren ze erg nieuwsgierig geworden naar de mogelijkheden die het voor hen zelf bood (ze deden een opleiding voor vakdocenten). Verrast door dit succes ging ik op zoek naar het waarom…

enkele voorbeelden

Wat hebben wij met beeld

Communiceren met beeld is al zo oud als de mensheid en diens voorgangers. Volgens onderzoek ontwikkelde het deel van onze hersenen dat waarneemt en die waarnemingen verwerkt, zich al miljoenen jaren geleden. Het deel van de spraak is echter pas zo’n 100- tot 150-duizend jaar actief. Je mag dus verwachten dat we beelden sneller kunnen verwerken dan spraak. Bovendien is beeldtaal universeel; ook heel kleine kinderen kunnen beelden al verwerken voor ze kunnen praten. Dat beeld dominant is, maakt het een bruikbaar vehikel voor informatie:

Onze herinnering bestaat voor 90% uit beeld

Het herinneren van feiten, gekoppeld aan beelden gaat ons gemakkelijk af. Belangrijke informatie van de presentatie hoeven alleen maar aan een beeld gekoppeld te worden en het wordt gemakkelijker onthouden. Het beeld fungeert als een anker.

Afbeeldingen kunnen complexiteit reduceren

Daar is ‘ie: een beeld zegt meer dan duizend woorden. Een sterke metafoor kan complexe theorie in één keer vangen en begrijpelijk maken. En omdat het beeld onthouden wordt, beklijft ook die theorie.

Afbeeldingen wekken interesse en positieve emoties

Mijn flip-overs hangen al in het lokaal als de deelnemers binnen komen. Daardoor schakelen ze mentaal al een versnelling op, ze komen vanzelf in de leermodus. Het hele lokaal is met die zichtbare, uitgehangen lesstof onderdeel van de les. De stof van de hele dag is al te overzien, dat perfectief kan mensen door een ‘moeilijk’ moment heen helpen. Bovendien is er altijd wel ergens een grap ingebouwd, zodat er gelachen kan worden.

Afbeeldingen geven meerwaarde aan de inhoud

Met zorg gemaakte flipovers tillen ook de inhoud op. Dat is uiteraard maar perceptie, maar waarom zou je daar niet op meeliften? De les wordt interessanter, omdat je de lesruimte glijdend over laat gaan in de stof. In onderwijstermen is dat een voorbeeld van de ‘verrijkte leeromgeving’. En bestaat een dag uit meerdere theorieblokken, dan ontstaat er ook een organische samenhang.

Tekeningen geven authenticiteit

Hoewel ik leun op een specifiek idioom (zie Bikablo en UZMO) heb ik ook een eigen stijl ontwikkeld. Net als met een handschrift, ontwikkelt iedereen ook een eigen tekenstijl. Ik hou van abstractie en, als dat past, gebruik ik graag gekleurde vlakken. Ik ben dol op krijt en wasblokken. Overigens: maak je geen zorgen dat je niet kunt tekenen, want dat kan iedereen leren….

Laat deelnemers meedenken

Je kunt de betrokkenheid van je deelnemers nog sterk verhogen, door de tekeningen ‘live’ af te maken, met inspraak van de deelnemers. Ik doe dat door grote open vlakken op het al voorbereidde flipovervel wit te laten of door tekst nog weg te laten: de deelnemers weten dan al direct dat het niet af is en het nodigt geweldig uit om mee te denken.

In het voorbeeld (zie afbeelding hieronder) heb ik tien abstracties getekend voor de kenmerken van een groep die Jan Remmerswaal noemt in zijn Handboek Groepsdynamica. Zoals je ziet zijn de kenmerken nog niet benoemd; dat doe ik in de les en de deelnemers schrijven mee op de hand-out die ze al ontvingen. Zo schrijven ze bijvoorbeeld, van links naar rechts en van boven naar beneden "direct contact" en "onderlinge afhankelijkheid", of "primaire/secundaire groep" en "pscyo/socio groep",  enzovoort.

flaps bij groepsdynamica

Laat deelnemers tekenen

Het hoogste leerrendement bereik je door deelnemers zelf te laten tekenen. Karin de Galan van de School voor Training propageert om de kernboodschap uit je presentatie samen te vatten in een "checklist". Dat helpt de deelnemer te onthouden. Nog sterker is wanneer deelnemers niet alleen zelf laat opschrijven, maar ook laat tekenen. Recent onderzoek heeft namelijk aangetoond dat geheugen niet alleen in ons hoofd zit, maar overal in ons lichaam - en dat je het kunt ontwikkelen. Je zou die neuroplasticiteit kunnen stimuleren door je presentatie tevoren al bij wijze van een notitieboekje uit te delen en hen het ‘live’ te laten mee tekenen.

Misvatting: je kunt niet tekenen…

Hoewel er een heuse beroepsgroep is die zich Visual Facilitators noemt, is het ook voor jou en mij heel goed onder de knie te krijgen. Want geloof mij: dit niveau van tekenen kan iedereen leren. Dagmar Vriends en Bas Bakker maken je helemaal wegwijs. Wie liever leest, verwijs ik naar "Tekenen tijdens de vergadering: DOEN!" en "UZMO - Thinking With Your Pen" (zie hierboven).

Het allerbelangrijkst: je publiek is veranderd

Van een goede presentatie onthouden de deelnemers wat jij als ‘belangrijk’ hebt aangemerkt. Dat kan dus nooit alles zijn, je zult moeten kiezen. Less is more.
Daarom leerde ik mijn presentaties aan te kleden met flipover tekeningen. Flipovers, uit het repertoire zoals ik dat bijna 40 jaar geleden leerde kennen.
De techniek is terug en tegelijkertijd veranderde het karakter van de bijeenkomst en de leerhouding van de deelnemers. Het grootste verschil is dat een sessie niet bestaat uit het uitgieteren van zoveel mogelijk kennis, maar dat er vooral veel interactiviteit is. Deelnemers leren niet meer alleen door te luisteren, maar vooral door te doen.
Flipovertekeningen zijn daarbij een abstractie van wat er geleerd gaat worden.

Lees ook

 

Wand vol flip-over vellen

Let op de gratis workshops! Lees hier meer.